Substraat anthurium snijbloemen

Teelttechniek

De kwaliteit van een plant valt of staat met een correcte toepassing van het juiste substraat met de juiste eigenschappen. Wie er even bij stilstaat beseft direct dat het ene substraat het andere niet is. Er komt namelijk niet alleen veel kijken bij de ontwikkeling van een samenstelling, ook het constant kunnen produceren en het op de juiste wijze leren gebruiken, zijn belangrijke aspecten bij de inzet van substraat. Voor de teelt van anthurium wordt over het algemeen gebruik gemaakt van zogenoemde luchtige substraten. Dit zijn substraten die ook bij vochtige omstandigheden veel lucht bevatten. Deze substraten zijn nu vaak samengesteld uit een hoog aandeel veenproducten, aangevuld met andere grondstoffen. Het zijn substraten waar veel ervaring mee is en de nodige kennis over beschikbaar is. Substraten kunnen een verscheidenheid aan grondstoffen bevatten. Afhankelijk van de teelt en de uiteindelijke doelstellingen en wensen, wordt bepaald welke elementen en bijbehorende eigenschappen belangrijk zijn voor het te gebruiken substraat.

Snijanthurium

Het substraat voor snijanthurium dient te voldoen aan een aantal eisen:

- Luchtig: doordat anthurium een epifyt is, is het van belang dat er genoeg lucht in het substraat aanwezig is, zodat de wortels na een watergift niet lang nat kunnen staan.

- Stabiliteit: snijanthurium staat veelal rond de 6-7 jaar en gedurende die tijd moet het substraat in goede conditie blijven. Het mag niet snel rotten, uit elkaar vallen en/of verslempen/inklinken.

- Zoutniveaus: het substraat mag geen hoge niveaus natrium (<3,0 mmol), chloor (<3,0 mmol) en zware metalen bevatten.

- Vervormbaar: de wortel moet de ruimte krijgen in het substraat. Bepaalde zwaardere gesteenten vormen een fysieke barrière voor de wortelontwikkeling.

Verschil wortelontwikkeling: links lava rechts perliet.

Organische en anorganische mediums Anorganische mediums blijven vrijwel in tact gedurende de teelt. Voorbeelden hiervan zijn Polyphenol schuim, lava, houtskool en steenwol. De wortelgroei heeft op die media echter ook invloed door: - Fysieke afbraak Wortels zorgen de voor fysieke afbraak van substraat. Doordat ze door het substraat groeien, verkleint de originele factie naar verloop van tijd. - PH invloed De pH kan bij verschillende substraten de structuur beïnvloeden naar verloop van tijd. Organische substraten hebben naast bovengenoemde factoren ook te maken met vertering door micro organismen. Voorbeelden hiervan zijn turfbrokken en kokos. In Europa worden deze substraten niet toegepast. De snelheid van afbraak is sterk afhankelijk van de vochtigheid. Nat telen op organische substraten versnelt de afbraak in sterke mate. Veelal ontstaat er in korte tijd na het telen op de bodem al een dichte laag, waardoor wortels kunnen afsterven. De voorkeur gaat in sterke mate uit naar het gebruik van anorganische substraten.

Fysieke eigenschappen De capillariteit van het substraat bepaalt in sterke mate wat voor watergeefsysteem noodzakelijk is. Lavakorrels zijn nauwelijks capillair en daarom zijn veel druppelpunten en/of een goede regenleiding van belang.

Buffer Anorganische substraten hebben nauwelijks de mogelijkheid meststoffen op te slaan waardoor een goed water- en voedingssysteem van groot belang is.

Milieu Voor sommige anorganische substraten is er na de teelt geen mogelijkheid tot hergebruik of recycling.

Anorganische substraten Polyphenol schuim Polyfenol schuim, ook wel oasis genoemd, wordt al vele jaren met succes gebruikt als teeltmedium. In Europa wordt dit afvalproduct, blokjes van het steekschuim van de bloemen, in de productie betrokken en vormt het teeltmedium. In Azië maken ze vaak zelf blokjes van steekschuimblokken. Tussen de brokken oasis zit veel ruimte, dus lucht en de wortel groeit graag om de blokjes heen. De blokjes zelf bevatten bij verzadiging nog nauwelijks lucht. Na de productie bevat het materiaal formaldehyde gas dat schadelijk is voor het gewas. Het voor gebruik geruime tijd ‘uitgassen’ van oasis is dan ook van groot belang. De pH is zeer laag en daarom moet er altijd bekalkt worden. Gebruik 1,5-2,5 kg Dolokal (± 90%CaCO₃) per m3 oasis. Polyphenol schuim mag nooit uitdrogen, aangezien het daarna slechts zeer moeizaam weer water opneemt. Kwaliteitsproblemen komen regelmatig voor bij dit substraat. Ze blijkt dan schadelijke stoffen te bevatten of een andere structuur te hebben, waardoor de wateropname zeer moeizaam gaat of het veel stof bevat waardoor de kans op verslemping toeneemt.

Ook bij polyphenol schuim valt de capillariteit tegen vanwege de grove brokken structuur. Gebruik van een regenleiding is dan ook aan te raden.

Bufferen van zelf gesneden polyphenol schuim.

Links goede en rechts foute polyphenol schuim.

Teelt in oasis.

Steenwol Binnen Anthura worden de grote snijanthurium planten in de 9cm pot al vele jaren met succes geteeld op steenwol, de Grodan Growcube 1x1x1cm. Ook in de anthurium snijbloementeelt is steenwol één van de beste substraten, maar daarentegen wel kostbaar. Meestal wordt er gebruik gemaakt van blokjes van 2x2x2cm. Enkele jaren terug was gebrek aan capillariteit van het product de bottleneck. Tegenwoordig is deze op orde (bij keuze van de juiste leverancier) en blijft het substraat ook bovenop voldoende vochtig, zodat de wortels zich daar goed kunnen ontwikkelen. Als gedurende de teelt een lage pH (<3,0) ontstaat, kan steenwol qua structuur uiteenvallen en een slemperige laag gaan vormen. Bij de start is de pH veelal boven de 6,5 en valt gedurende de teelt terug naar een pH van tussen de 4 en 5 afhankelijk van het ras, uitgangswater, watergeefstrategie en pH sturing.

Steenwol 2x2x2cm blokjes in W-goot.

Perliet (perlite) Het van oorsprong glaswitte gesteente heeft het een dichtheid van zo'n 1100 kg/m³. Als het tot 850-900°C verhit wordt, expandeert het tot wel twintigmaal zijn oorspronkelijke volume. Dat komt doordat het bij die temperatuur zacht begint te worden (het is immers een glas) en het in het materiaal aanwezige water een groot aantal minuscule belletjes vormt. Daarbij worden er grote poriën gevormd. Het eindproduct is de grijs-witte perliet korrel. Perliet blijft ondanks uitstekende capillaire eigenschappen bij de start van de teelt aan de bovenzijde vaak wat aan de droge kant. Dit is vooral het geval als er alleen gebruik wordt gemaakt van een druppelleiding. Kies voor een grove fractie.

Perliet in pot.

Volledige doorworteling in perliet.

Bij de start is de drain pH veelal boven de 6,5 en na ongeveer 6 maanden telen valt de pH terug naar een waarde van tussen de 4 en 5. Daarna zakt de pH verder terug naar rond de 3,0-3,3. Dit is afhankelijk van het ras, uitgangswater, watergeefstrategie en pH sturing.

Kokos brokken Kokosnoot is als substraat in gebruik in de vorm van brokjes. Vooral het hoge zout gehalte (NaCl) en de slechte buffering zijn aandachtspunten. Vindt het product zijn oorsprong dicht bij de kust, dan bevat het veel natrium. Het verdient de voorkeur als het product vanuit het binnenland kan worden betrokken. De kokosnoot dient minimaal één jaar oud te zijn voordat ze kan worden gebruikt als substraat. Spoelen Er zijn veelal minimaal drie spoelbeurten nodig om het materiaal van de overtollige zouten te ontdoen. Het spoelen moet plaatsvinden met water met een zo laag mogelijke EC. De eerste twee spoelrondes moet er minimaal gedurende 12 uur gespoeld worden. Na deze ronde moet de EC gemeten worden. Als deze nog te hoog is (> 0,5 mS/cm), dient er nogmaals met schoon water gespoeld te worden. De laatste spoelbeurt moet met calciumnitraat CaNO₃ (15,5% N en 26,5% CaO, 1 gram per liter, EC ± 1,2) gedaan worden. Hierna moet er 2 kg. Dolokal (± 90%CaCO₃) per m3 substraat toegevoegd worden.

Spoelen van kokos.

Teelt in kokos.

Houtskool Houtskool is een lichtgewicht, zwart koolstofresidu dat wordt geproduceerd door hout sterk te verhitten om al het water en vluchtige bestanddelen te verwijderen. Dit proces vindt plaats bij een zeer laag zuurstofgehalte. Van alle organische substraten heeft dit materiaal de langste levensduur. De wateropname capaciteit kan wel eens tegenvallen, de capillariteit is gering en de anthuriumwortels zullen voornamelijk om het substraat heen wortelen en er niet doorheen gaan zoals bij steenwol- of kokosbrokken. Onderin het bed klinkt de houtskool na verloop van tijd in en ontstaat er een verslempte laag. Er dient veel aandacht te worden besteed aan de juiste verdeling van het watergeefsysteem.

Houtskool.

Perlite wereldwijd favoriet Anorganische substraten hebben duidelijk de voorkeur voor de snijanthuriumteelt. De snelste start van de teelt wordt op steenwol waargenomen. Desondanks is perlite is in Europa en Canada veruit het meest favoriete teeltmedium wat te danken is aan de ruime beschikbaarheid en gunstige prijstelling. In China en Brazilië wordt er voornamelijk op oasis geteeld, in India op kokos brokken en in Thailand op houtskool en kokos brokken.

Toplaag en microklimaat Bij de start van de teelt bij minder capillaire substraten en bij het gebruik van alleen een regenleiding kan de toplaag droog blijven. Er ontstaat dan een droog microklimaat wat vooral bij kleine planten de weggroei kan bemoeilijken. Extra licht wegschermen en vaker met de broeskop watergeven zijn dan raadzaam.

Twee druppelaars in verband met capillariteit.