Trips

Trips in phalaenopsis

Schade De tripsen zijn in te delen in twee groepen: blad- en bloembewonende tripsen. De bladbewoners leven alleen van plantensappen, terwijl de bloembewonende tripsen daarnaast ook van stuifmeel kunnen leven. Zowel de larven als de volwassen Tripsen schrapen het plantweefsel open, waarna ze het plantensap opzuigen. In de teelt van phalaenopsis onderscheiden we aantasting van Californische trips en Dichromothrips corbetti (Vandatrips). Ook orchideeëntrips, Chatanaphothrips orchidii, kan voorkomen. De laatste jaren zorgt vooral Dichromothrips corbetti voor gewasschade en dit gebeurt al in een zeer jong plantstadium. De schade op het blad is vooral te zien als V-vormige vergroeiingen. De takken kunnen ook vergroeien hetgeen lijdt tot knopval. In de bloemen zorgt de zuigschade aan de rand van het blad voor doorzichtige vlekken. Minder zichtbaar is de groeiremming die kan plaatsvinden bij een mindere mate van schade.

Tripsschade in de bloemen (links) en op het blad (rechts).

Bestrijding Chemie Zoals ook in andere teelten blijkt, is het belangrijk dat er bij een chemische trips bestrijding in blokken wordt gespoten en dat daarbij de middelen op de juiste manier afgewisseld moeten worden. Hierbij is het ook van belang om in de warme afdelingen een kortere interval te hanteren door de kortere ontwikkelingsduur bij 28°C. Veel middelen zijn contactmiddelen en daarom is een goede spuittechniek van cruciaal belang. Door een goede verdeling worden ook de onderkant en de schacht van de plant meegenomen. In de warme opkweek werkt een ruimtebehandeling met LVM of pulsfog goed. In de koeling en afkweek is voorzichtigheid geboden met het gebruik van de pulsfog, de motor stoot namelijk etheengas uit dat voor knopval kan zorgen. Wanneer een middel gespoten wordt kan men het beste een suikeroplossing (Attracker) gebruiken. Dit activeert de tripsen, waardoor ze uit hun schuilplaatsen komen.

Biologie

Biologische bestrijding van trips in phalaenopsis staat nog in de kinderschoenen. De biologische tripsbestrijding richt zich vooral op de opkweek, want zodra de planten de koeling ingaan moet de tripsdruk onder controle zijn. De Dichromothrips corbetti kan in de bloeifase weer tot grote problemen leiden.

De bekende natuurlijke vijanden van trips hebben potentie. Echter, mede door de verborgen leefwijze en de zeer hoge lokale dichtheden van deze trips valt het bestrijdend effect niet mee. De valse spintmijt (Brevipalpus) worden bestreden met Swirski-Mite zet dat ook een rem op de ontwikkeling van de Vandatrips. De bodemroofmijt die op veel bedrijven wordt ingezet tegen bodemplagen werkt tevens tegen het popstadium van trips.

De toepassing van nematoden (Steinernema feltiae) tegen trips biedt mogelijk ook perspectief in de teelt van phalaenopsis. Het aaltje werkt altijd mits het op de plek van bestemming komt. Hiervoor is het van belang dat het substraat goed vochtig is. Uitzetten van aaltjes ’s avonds op dezelfde dag als het gieten heeft een langere werkzaamheid tot gevolg. Bij het doseren van de aaltjes is het ook van belangrijk dat deze goed in de oplossing worden gehouden door een recirculatiepomp of roermechanisme.

Het stuk met betrekking tot biologische bestrijding in dit artikel is tot stand gekomen met de hulp van Wim van der Meer en Marjolein van der Knaap-Stolk, consultants sierteelt bij Koppert Biological Systems.

Swirski-Mite (Koppert Biological Systems).