Luizen

Er zijn luizen in allerlei verschillende vormen en maten. Hierbij kan er een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende soorten bladluizen, wolluizen, dopluizen en schildluizen. Wat alle luizen met elkaar gemeen hebben, is dat ze zich voeden met plantensappen, waardoor er cosmetische schade ontstaat aan de plant. Ook remt een luis de groei en veroorzaakt misvorming van het blad. Luizen kunnen via hun speeksel toxische stoffen in de plant brengen, die vergroeiingen en/of verkleuringen veroorzaken. Bladval is ook vaak een gevolg van de aantasting en gevleugelde bladluizen kunnen ziekteverwekkende virussen overbrengen.


Alle soorten luizen, op de schildluis na, produceren veel honingdauw. Plantensap is rijk aan suiker, maar arm aan eiwitten. Hierdoor moeten de luizen veel sap opnemen om voldoende eiwitten binnen te krijgen. Het overtollige suiker wordt door de bladluizen in de vorm van honingdauw weer uitgescheiden, waardoor het gewas erg plakkerig wordt. Op de suikers kunnen zwarte roetdauwschimmels (Cladosporium spp.) groeien, die het gewas vervuilen. Een anthurium potplant wordt hierdoor bijvoorbeeld onverkoopbaar.


Bladluizen hebben een week, ovaal lichaam en zijn daardoor kwetsbaarder en gemakkelijker te bestrijden dan schildluizen en wolluizen. Schildluizen en dopluizen hebben een harde schildachtige bedekking, waaronder de vrouwtjes de eitjes leggen. De vrouwelijke schildluizen zitten constant vastgehecht aan de plant en verplaatsen zich dus niet zoals de wolluis dat wel kan doen. De larven van schildluizen kunnen zich wel verplaatsen. Dat is het moment dat ze ook gemakkelijk te bestrijden zijn, omdat ze op dat moment nog geen schild hebben gevormd.

Luis in potanthurium

Luis in snijanthurium

Luis in phalaenopsis